Loonbeslag 

Inleiding 

Bij loonbeslag wordt er op het loon van de werknemer een bepaald bedrag ingehouden ter voldoening van door die werknemer gemaakte schulden. Daarbij gaat het om schulden aan derden, de werkgever is verplicht aan het loonbeslag medewerking te verlenen. De werknemer kan de rechter verzoeken het beslag op te heffen of te beperken. Ook kan de werkgever zelf loonbeslag leggen. 

De inhoudingen wegens beslag kunnen niet op het gehele loonbedrag plaatsvinden. De werknemer moet minimaal in zijn eerste levensbehoeften kunnen voorzien. Beslag kan worden gelegd op het nettoloon of de netto-uitkering, met dien verstande dat 90% van de voor de werknemer of uitkeringsgerechtigde geldende bijstandsnorm van beslag is vrijgesteld (beslagvrije voet). Het vrijgestelde bedrag wordt verlaagd tot 45% van de bijstandsnorm als de werknemer of uitkeringsgerechtigde een verdienende partner heeft. 

Let op: De beslagvrije voet kan met een aantal componenten verhoogd worden, afhankelijk van de individuele situatie. 

Ondanks het gelegde beslag dienen de afdrachten van loonbelasting en premies socialeverzekeringswetgeving gewoon door te gaan. Dit geldt ook voor de pensioenpremie en eventuele premie ziektekostenverzekering (als werkgever dit inhoudt). 

Het beslag kan betrekking hebben op het loon van de werknemer maar ook op de beëindigingsvergoeding of transitievergoeding. Of de beëindigingsvergoeding automatisch onder het beslag valt is juridisch niet altijd duidelijk.

Vormen van loonbeslag 

Loonbeslag is beslag op het loon dat de werkgever aan de werknemer verschuldigd is. Er zijn verschillende redenen voor het leggen van loonbeslag. 

* Loonbeslag door de Belastingdienst 
De Belastingdienst kan beslag leggen op het loon van de werknemer als hij belastingschulden heeft.

* Loonbeslag door andere schuldeisers 
Andere schuldeisers van de werknemer hebben ook de mogelijkheid om beslag te leggen op zijn loon. Wordt het beslag gelegd door anderen dan de fiscus, dan moet aan een aantal formaliteiten worden voldaan. 

Voor de werkgever begint het beslag meestal met de ontvangst van een deurwaardersexploot, waarin onder meer staat opgenomen: 

De werkgever is verplicht om aan de deurwaarder schriftelijke informatie te geven als deze vraagt welk inkomen de betreffende werknemer heeft of als hij wil weten of een bepaald loon of een bepaalde uitkering is genoten. Staat de schuld van de werknemer niet volledig vast, is er strijd over de hoogte van de schuld of wil de werkgever niet aan het loonbeslag meewerken, dan zal de deurwaarden de rechter verzoeken de werkgever een gerechtelijk verklaring te laten doen over de hoogte van het loon. Deze procedure wordt wel de verklaringsprocedure genoemd. 

Komt er tussen de werkgever en de schuldeiser van de werknemer een onderhandse regeling tot stand, dan is deze verklaringsprocedure niet nodig. In dat geval wordt in onderling overleg afgesproken welk gedeelte van het loon aan de schuldeiser en welk gedeelte aan de werknemer zal worden betaald. 

* Loonbeslag door de werkgever zelf 

Het komt in de praktijk geregeld voor, dat werkgevers een geldbedrag lenen aan de bij hen in dienst zijnde werknemers. Een dergelijke lening dient schriftelijk te worden vastgelegd. Met name moet worden vastgelegd dat de werknemer instemt met verrekening met zijn loon. Zonder schriftelijke verklaring is verrekening tijdens dienstverband niet mogelijk. Ook hier is de beslagvrije voet van belang. Bij de vaststelling van de hoogte van de rente dient op de fiscale consequenties daarvan te worden gelet. Betaalt de werknemer zijn schulden niet, dan moet het mogelijk worden geacht dat de werkgever loonbeslag legt op het loon dat aan de werknemer moet worden uitbetaald. Het loonbeslag is in dit geval een beslag onder de schuldeiser zelf (in juridische termen eigenbeslag genoemd). Ook hier geldt de beslagvrije voet. 

Het leggen van beslag is aan veel (procedurele) regels gebonden. Het is dan ook van belang bij beslaglegging nauwkeurig te werk te gaan en vooraf juridisch advies in te winnen. 

Wij adviseren u in dergelijke situaties altijd advies in te winnen, bijvoorbeeld bij uw werkgeversorganisatie WTG of uw vakorganisatie.   

Consequenties voor de werkgever

Betaalt de werkgever ondanks het beslag toch het loon uit aan de werknemer, althans meer dan de geldende beslagvrije voet, dan heeft deze betaling ten opzichte van de schuldeiser geen waarde.  Met andere woorden: de schuldeiser kan bij de werkgever alsnog aanspraak maken op ten onrechte niet aan de schuldeiser uitbetaalde bedragen. De werkgever zal de onverschuldigde (onterecht) betaalde bedragen zelf op de werknemer moeten verhalen. 

NB: Dit gaat ook op bij de uitbetaling van een schadevergoeding wegens de beëindiging van het dienstverband. 

Loonbeslag op uitkeringen 

Behalve op loon is ook beslag mogelijk op uitkeringen. Dit geldt voor alle sociale uitkeringen behalve kinderbijslag. 

Ook op pensioenuitkeringen en op uitkeringen op grond van een levens-, invaliditeits-, ongevallen- of ziekengeldverzekering kan beslag gelegd worden.

Print dit artikel E-mail dit artikel

Loonbeslag 

Inleiding 

Bij loonbeslag wordt er op het loon van de werknemer een bepaald bedrag ingehouden ter voldoening van door die werknemer gemaakte schulden. Daarbij gaat het om schulden aan derden, de werkgever is verplicht aan het loonbeslag medewerking te verlenen. De werknemer kan de rechter verzoeken het beslag op te heffen of te beperken. Ook kan de werkgever zelf loonbeslag leggen. 

De inhoudingen wegens beslag kunnen niet op het gehele loonbedrag plaatsvinden. De werknemer moet minimaal in zijn eerste levensbehoeften kunnen voorzien. Beslag kan worden gelegd op het nettoloon of de netto-uitkering, met dien verstande dat 90% van de voor de werknemer of uitkeringsgerechtigde geldende bijstandsnorm van beslag is vrijgesteld (beslagvrije voet). Het vrijgestelde bedrag wordt verlaagd tot 45% van de bijstandsnorm als de werknemer of uitkeringsgerechtigde een verdienende partner heeft. 

Let op: De beslagvrije voet kan met een aantal componenten verhoogd worden, afhankelijk van de individuele situatie. 

Ondanks het gelegde beslag dienen de afdrachten van loonbelasting en premies socialeverzekeringswetgeving gewoon door te gaan. Dit geldt ook voor de pensioenpremie en eventuele premie ziektekostenverzekering (als werkgever dit inhoudt). 

Het beslag kan betrekking hebben op het loon van de werknemer maar ook op de beëindigingsvergoeding of transitievergoeding. Of de beëindigingsvergoeding automatisch onder het beslag valt is juridisch niet altijd duidelijk.

Vormen van loonbeslag 

Loonbeslag is beslag op het loon dat de werkgever aan de werknemer verschuldigd is. Er zijn verschillende redenen voor het leggen van loonbeslag. 

* Loonbeslag door de Belastingdienst 
De Belastingdienst kan beslag leggen op het loon van de werknemer als hij belastingschulden heeft.

* Loonbeslag door andere schuldeisers 
Andere schuldeisers van de werknemer hebben ook de mogelijkheid om beslag te leggen op zijn loon. Wordt het beslag gelegd door anderen dan de fiscus, dan moet aan een aantal formaliteiten worden voldaan. 

Voor de werkgever begint het beslag meestal met de ontvangst van een deurwaardersexploot, waarin onder meer staat opgenomen: 

De werkgever is verplicht om aan de deurwaarder schriftelijke informatie te geven als deze vraagt welk inkomen de betreffende werknemer heeft of als hij wil weten of een bepaald loon of een bepaalde uitkering is genoten. Staat de schuld van de werknemer niet volledig vast, is er strijd over de hoogte van de schuld of wil de werkgever niet aan het loonbeslag meewerken, dan zal de deurwaarden de rechter verzoeken de werkgever een gerechtelijk verklaring te laten doen over de hoogte van het loon. Deze procedure wordt wel de verklaringsprocedure genoemd. 

Komt er tussen de werkgever en de schuldeiser van de werknemer een onderhandse regeling tot stand, dan is deze verklaringsprocedure niet nodig. In dat geval wordt in onderling overleg afgesproken welk gedeelte van het loon aan de schuldeiser en welk gedeelte aan de werknemer zal worden betaald. 

* Loonbeslag door de werkgever zelf 

Het komt in de praktijk geregeld voor, dat werkgevers een geldbedrag lenen aan de bij hen in dienst zijnde werknemers. Een dergelijke lening dient schriftelijk te worden vastgelegd. Met name moet worden vastgelegd dat de werknemer instemt met verrekening met zijn loon. Zonder schriftelijke verklaring is verrekening tijdens dienstverband niet mogelijk. Ook hier is de beslagvrije voet van belang. Bij de vaststelling van de hoogte van de rente dient op de fiscale consequenties daarvan te worden gelet. Betaalt de werknemer zijn schulden niet, dan moet het mogelijk worden geacht dat de werkgever loonbeslag legt op het loon dat aan de werknemer moet worden uitbetaald. Het loonbeslag is in dit geval een beslag onder de schuldeiser zelf (in juridische termen eigenbeslag genoemd). Ook hier geldt de beslagvrije voet. 

Het leggen van beslag is aan veel (procedurele) regels gebonden. Het is dan ook van belang bij beslaglegging nauwkeurig te werk te gaan en vooraf juridisch advies in te winnen. 

Wij adviseren u in dergelijke situaties altijd advies in te winnen, bijvoorbeeld bij uw werkgeversorganisatie WTG of uw vakorganisatie.   

Consequenties voor de werkgever

Betaalt de werkgever ondanks het beslag toch het loon uit aan de werknemer, althans meer dan de geldende beslagvrije voet, dan heeft deze betaling ten opzichte van de schuldeiser geen waarde.  Met andere woorden: de schuldeiser kan bij de werkgever alsnog aanspraak maken op ten onrechte niet aan de schuldeiser uitbetaalde bedragen. De werkgever zal de onverschuldigde (onterecht) betaalde bedragen zelf op de werknemer moeten verhalen. 

NB: Dit gaat ook op bij de uitbetaling van een schadevergoeding wegens de beëindiging van het dienstverband. 

Loonbeslag op uitkeringen 

Behalve op loon is ook beslag mogelijk op uitkeringen. Dit geldt voor alle sociale uitkeringen behalve kinderbijslag. 

Ook op pensioenuitkeringen en op uitkeringen op grond van een levens-, invaliditeits-, ongevallen- of ziekengeldverzekering kan beslag gelegd worden.